Vaatheelkunde

Kwaliteitsindicatoren zijn alom tegenwoordig, ook in de gezondheidszorg. We kunnen er niet meer omheen. Sommige voorbeelden zijn zeer geslaagd, andere heel wat minder. De sleutel tot succes is een brede gedragenheid door het beroep zelf. Wie kan beter bepalen waar binnen de vaatheelkunde meerwaarde gecreëerd kan worden dan de vaatchirurgen zelf?

Met dit project brachten we in het najaar van 2016 zoveel mogelijk vaatchirurgen - ook buiten het VznkuL - samen om HAALBARE KWALITEITSINDICATOREN uit te werken DIE ERTOE DOEN, kwaliteitsindicatoren die niet ervaren worden als een administratieve belasting maar als een handige tool om de zorg voor de patiënten te verbeteren.

Prof. dr. Inge Fourneau | voorzitter werkgroep vaatheelkunde

Ondertussen werden door de deelnemende chirurgen via de Delphi methode een 20-tal indicatoren gekozen. Enkele vaatchirurgen deden de test om deze een eerste maal te registreren (az groeninge, UZ Leuven, UZ Brussel, AZ Monica).

Er wordt o.a. nagegaan:

  • wat het percentage niet geplande heropnames is binnen 30 dagen na ontslag na een arteriële ingreep
  • of het volledige cardiovasculaire profiel van de patiënt met occlusief lijden werd geregistreerd
  • of een eerste AAA screening is gebeurd bij deze patiënten
  • of het advies wandeltherapie als eerstelijnsbehandeling aan patiënten met Rutherfordclassificatie 1 tot 3 werd gegeven
  • of er punctieplaatscomplicaties waren die een interventie vereisten binnen 30 dagen na endovasculaire behandeling voor perifeer vaatlijden
  • of er een majeure amputatie binnen 1 maand of 1 jaar nodig was na revascularisatie bij patiënten met Rutherfordclassificatie 1 tot 3
  • ...

We bekijken ondertussen of de nodige informatie uit de Minimale ZiekenhuisGegevens (MZG) kunnen gehaald worden om de werklast voor de registratie te optimaliseren.